Wetgeving

Sportvisserij Vlaanderen investeerde in nieuwe brandblusapparaten voor haar burelen. Wij stippen dit even aan omdat het ook voor uw clubwerking van belang is dat de sportaccommodatie of clubkantine aan alle eisen qua brandveiligheid voldoet!

Hierbij doen we een oproep naar alle clubbesturen om even de brandblusapparaten in de sportaccommodatie of clubkantine te controleren naar houdbaarheidsdatum
of het nodige te doen om er één aan te schaffen!

Volgens de wettelijke bepaling dient er minimum 1 blustoestel aanwezig te zijn per 150m2, met een minimum aan 2 toestellen per constructieniveau( = per verdieping). Deze toestellen dienen elk jaar gecontroleerd en onderhouden worden door een erkende instantie die hiervoor bevoegd is. Alle wettelijke bepalingen rond brandveiligheid kunt u terugvinden onder ARAB52.

Tevens willen we meedelen dat clubs die over een kantine uitbating beschikken waarvan de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt, ze via Sportvisserij Vlaanderen een extra verzekering objectieve aansprakelijkheid na brand & ontploffing kunnen afsluiten.

Alle info vindt u onder de rubriek afdeling -verzekering – andere mogelijke waarborgen: http://www.sportvisserijvlaanderen.be/andere-mogelijke-waarborgen/

 

Ingevolge quota-uitputting van het makreelbestand (104 ton in 2017) in het ICES – gebied IV – Noordzee is het voor Belgische vissersschepen vanaf woensdag 23 augustus 2017 verboden op makreel te vissen.

Gelet op artikel 5 derde lid van het KB van 14 augustus 1989 is bovenvermeld visverbod ook van toepassing op de vaartuigen die het zeehengelen beoefenen. Derhalve mogen die zeehengelaars tot 31/12/2017 geen makreel aanlanden, overladen of aan boord hebben. Gevangen makreel moet ogenblikkelijk teruggezet worden.

Met dank aan Daan Wintein voor de deskundige uitleg. 

De maandelijkse nieuwsbrief van Sport Vlaanderen staat weer boordevol nuttige info voor de Vlaamse sportclubs. Deze maand worden volgende onderwerpen uitgelicht:

* Sportsector zegt nee tegen seksueel gedrag

* Sport Vlaanderen werkt aan een eigen sportcultuur

* VLAJO en Sport Vlaanderen organiseren innovatiekamp

* De zomer Sportpromotietour palmt Vlaanderen in

* Wat gebeurde er op de Europese ministerraad sport

* Sport Vlaanderen Waregem opent nieuwe ‘Eb- en Vloedpiste’

* Nieuwe ondersteuningsmogelijkheden G-Sport

* Welke Sportvragen werden in het Vlaams Parlement gesteld?

* Kortnieuws

De volledige nieuwsbrief kun je hier lezen.

484

Tegenwoordig loop je als recreatieve zeevisser in de jachthavens of ter hoogte van de stranden vaak onderzoekers van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) of het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) tegen het lijf. Deze onderzoekers trachten een beeld te vormen van de recreatieve zeevisserijsector in België. Het is immers zo dat Europa de lidstaten verplicht data te verzamelen over de recreatieve zeevisserij-activiteiten.

De nood aan dataverzameling is ook cruciaal voor onze sector. Vandaag krijgt de recreatieve visserij immers vaak een beschuldigende vinger toegewezen wanneer het gaat over de achteruitgang van bepaalde visstocks. Echter, we zijn allen overtuigd dat de gegenereerde vangsten door onze sector slechts een fractie bedragen van de commerciële aanlandingen. Maar ook wij hebben op dit ogenblik geen objectieve wetenschappelijke gegevens voor handen om ons gelijk te bewijzen, en niemand binnen de sector heeft een totaaloverzicht van wat nu werkelijk door onze sector aan land wordt gebracht. Wij geloven erin dat de dataverzameling door ILVO en VLIZ zal bijdragen tot onze maatschappelijke geloofwaardigheid.
Ook op beleidsniveau wordt de dataverzameling nauwlettend opgevolgd. Net daarom is onze medewerking van groot belang en moeten we streven naar een maximale betrokkenheid binnen de beleidsprocessen die de recreatieve zeevisserij aangaan. Het is van belang ons op een constructieve en meewerkende manier op te stellen waarbij de belangen van de sector op lange termijn centraal dienen te staan. Bij een gebrek aan participatie en betrokkenheid lopen we het risico onszelf in de voet te schieten, waarbij het beleid om ons heen stappen zal zetten tot striktere regelgeving die zich beroept op het voorzorgsbeginsel bij gebrek aan wetenschappelijk onderbouwde data. Noch het beleid, noch de sector geven de voorkeur aan dergelijke benadering, wat ook door minister Schauvliege wordt benadrukt, die stelt de monitoringsresultaten te willen afwachten vooraleer verdere stappen te zetten.
Hoe kunt u bijdragen?
Vorig jaar werd een monitoringsprotocol uitgewerkt om de recreatieve visvangsten in kaart te brengen. De methode werd in november 2016 goedgekeurd binnen de werkgroep ‘recreatieve zeevisserijmonitoring’ met vertegenwoordigers uit de recreatieve zeevisserijsector. Voor de uitvoering van dit protocol willen het VLIZ en het ILVO beroep doen op de recreatieve visser zelf! Net zoals bij onze noorderburen willen de instituten iedereen aanmoedigen om vanaf 1 april 2017, voor een periode van minstens 12 maanden, op vrijwillige basis maandelijks vangsten te rapporteren, dewelke geheel anoniem zullen verwerkt worden. Ook wanneer u slechts een enkele keer gaat zeevissen is uw deelname van cruciaal belang. Enkel op deze wijze kan een realistisch beeld van de sector bekomen worden. Met het oog op een duurzaam voortbestaan van onze sector willen wij iedereen aanmoedigen om deel te nemen aan de dataverzameling.

Meer info over de logboeken (omschrijving, instructies) vindt u in de bijgevoegde PDF. U kunt uw bereidwilligheid tot deelname doorgeven aan thomas.verleye@vliz.be met de vermelding van uw naam, email, adres en gsm-nummer. In de loop van maart zal uw persoonlijk logboek per post naar u worden opgestuurd.
Wij danken u alvast voor uw deelname!

Sportinfrastructuur bouwen en uitbaten is vaak complex. Al snel krijg je te maken met aspecten van ruimtelijke ordening, milieuwetgeving, financiële haalbaarheid, energienormen…

Sport Vlaanderen staat dan ook klaar om lokale initiatiefnemers, clubs en federaties met haar expertise en kennis bij te staan om zo lokale projecten sneller en tegen een betere prijs-kwaliteitsverhouding te realiseren of kwalitatief beter te maken.

Vlaams Minister van Sport Philippe Muyters: “Vlaanderen wil haar middelen zo efficiënt mogelijk inzetten en daarom in de eerste plaats investeren in projecten die zoveel mogelijk Vlamingen aan het sporten brengen. Om krachtig van start te gaan, wordt in 2017 bovenop de vooropgestelde 5 miljoen euro, maar liefst 30 miljoen euro extra investeringsbudget voorzien.

Meer info voor je club lees je hier .

Vanaf 28 juni 2016 geldt een waterrecreatieverbod op Dikkebusvijver ten gevolge de bloei van blauwwieren.

Gezien de ernstige gezondheidsrisico’s bij contact met de drijflaag of bij onderdompeling in het water, is er geen andere optie.
De volgende klachten kunnen optreden: geïrriteerde rode huid, jeuk, hoofdpijn, maagkrampen, misselijkheid, diarree, koorts, pijnlijke keel, oorpijn, oogirritaties, loopneus of gezwollen lippen.

Hengelen blijft mogelijk, mits het nemen van voldoende voorzorgsmaatregelen:

* Geen water inslikken
* De zone waar de blauwalgen liggen moet vermeden worden
* Na contact met het water dient men grondig te douchen
* Indien er gezondheidsklachten optreden binnen de 24u na contact met het water wordt best de huisarts geraadpleegd
* Indien er dode vissen of vogels worden aangetroffen dient men het stadsbestuur te verwittigen
* Huisdieren (honden) mogen het water niet betreden

Het waterrecreatieverbod zal met borden rond de vijver worden bekendgemaakt.
Dit verbod blijft van kracht tot zolang de drijflaag volledig is verdwenen én er geen microcystines (giftige stoffen geproduceerd door blauwalgen) aanwezig zijn.

Te midden van de landelijke streken op de grens van Oost-Vlaanderen met het Nederlandse Zeeland, ligt een prachtig, door waterkeringen omzoomd gebied. De Rode Sluis maakt deel uit van die polders. In het kader van het medebeheer van openbaar water door erkende federaties en clubs, heeft de Provinciale Visserijcommissie voorgesteld aan VBK om het beheer en de verdeling van hengelrechten van de kreken van de Rode Sluis te behartigen. Via een duidelijke beheers- en samenwerkingsovereenkomst wordt dit project vorm gegeven, en zullen ook kosten en taken verdeeld worden. Lees meer: VBK.be

Om halve waarheden en verzinsels te voorkomen, zette Alain Dillen (bioloog bij ANB) alle nuttige info over de Chinese wolhandkrab, speciaal voor de hengelaars, op een rijtje:

De Chinese Wolhandkrab: een weinig geliefde exoot

Hoe en wanneer?
De Chinese wolhandkrab is de enige zoetwaterkrab die we in onze waterlopen, meren en beken aantreffen. Zijn behaarde scharen zijn een opvallend kenmerk.
De soort is rond eind 1800 – begin 1900 Europa binnengekomen via ballastwater van schepen. De eerste waarneming in Vlaanderen dateert van rond 1933. Sedert dan ontpopte de wolhandkrab zich als een invasieve exoot: ze kweekt snel aan en komt in sommige jaren in zeer grote aantallen voor. De IUCN (internationale unie voor bescherming van natuur) rekent de wolhandkrab bij de 100 ergste invasieve soorten ter wereld. Om een idee te geven: de financiële impact van de economische schade veroorzaakt door wolhandkrab wordt in Duitsland geschat op 80 miljoen euro over de voorbije jaren.

Levenscyclus:
De soort plant zich voort in de riviermondingen en in zee, kort bij de kust. De wijfjes dragen de eitjes onder aan hun buik mee en brengen zo de winter in zee door. In de lente keren ze naar het brakke gedeelte van de rivieren om daar de larfjes los te laten. Eens de larfjes zijn uitgegroeid tot jonge krabbetjes, trekken ze geleidelijk de rivieren en kanalen op om verder op te groeien tot volwassen krabben. Na ongeveer 2-3 jaar zijn de krabben geslachtsrijp en keren ze terug naar zee en naar de riviermondingen.

Waarom nu zo massaal?
Blijkbaar heeft deze soort, net zoals zoveel dieren in de natuur trouwens, een cyclisch verloop met ‘magere’ en ‘vette’ jaren. Zo ongeveer om de drie jaar is er een piek in de migratie en trekken er veel meer jonge krabben landinwaarts. De piek die we dit jaar zien, wordt volgens sommige wetenschappers mogelijk ook verklaard door het zeer natte voorjaar. Mogelijk zitten we nu dus op de piek, of komen we volgend jaar op de piek, waarna de soort weer voor enkele jaren zal afnemen in aantal. In de piekjaren valt ze echt op door de massale optrek.

Methodes om te bestrijden:
Al van begin 1900 zoekt men naar methodes om de wolhandkrab in te dijken. De soort wordt als schadelijk beschouwd doordat ze in dijken graaft, aas wegneemt, visnetten en –fuiken vernielt, en vissen en hun prooidieren eten. De wolhandkrab is een echte alleseter en voedt zich ook met eieren en larven van vissen, waardoor ook grotere vissoorten problemen kunnen ondervinden. Helaas leverde die zoektocht (die intussen al 200 jaar bezig is!) naar bestrijdingsmethodes tot op heden weinig op dat echt effectief is.

De redenen daarvoor zijn:
De hoge vruchtbaarheid van de krabben, de robuustheid van de soort (kan tegen verschillende vormen van verontreiniging), en de grote migratiedrang. Uit onderzoeksrapporten weten we dat er krabben zijn die tot wel 500 km kunnen afleggen. Sommige exemplaren verplaatsen zich zelfs over een afstand van meer dan 700 km. Komt daar ook nog eens bij dat ook de larven zich eenvoudig kunnen verspreiden via zeestromingen. Krabben die je hier wegvangt, worden heel snel vervangen door andere krabben, die misschien wel van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken of Frankrijk afkomstig kunnen zijn. Een lokale aanpak van de krabben heeft dan ook weinig zin en levert slechts heel even (enkele dagen) soelaas.

De meest efficiënte manier om krabben te vangen, is door middel van fuiken in de rivieren te plaatsen tijdens de lente- en zomermigratie. De vraag is echter of dit ook een effectieve manier is. Je vangt weliswaar heel veel krabben, maar nog steeds maar een fractie van wat er op dat moment passeert. Bovendien vang je de larven niet weg, en zelfs met weinig krabben kan je opnieuw heel veel larven krijgen.

Om de soort zowel efficiënt als effectief te bestrijden, is een aanpak op grotere (Europese) schaal nodig.

Wetgeving en export:
De soort staat op de Europese lijst van ‘zorgwekkende invasieve soorten’ en mag daarom niet worden verhandeld, verkocht, gehouden of getransporteerd. Er is wel een uitzondering: in het kader van bestrijding kan deze soort wél worden verkocht mits ontheffing, o.a. voor export voor consumptie.
In Nederland heeft men de krabben een aantal opeenvolgende jaren gevangen met fuiken om ze te exporteren voor consumptie, o.a. naar China. Men is daar intussen terug mee gestopt. De waterbodems van de Nederlandse rivieren en kanalen zijn te vervuild waardoor de wolhandkrabben niet veilig voor consumptie zijn. Bovendien zijn de vangsten te onregelmatig wat voor export weinig interessant is. Ironisch genoeg heeft men in Nederland nog een tijdlang geprobeerd om de wolhandkrab in bassins te kweken voor de export, wat (gelukkig maar) niet gelukt is.
Overigens merkte men, ondanks die paar opeenvolgende jaren waarin de krabben intensief werden gevangen voor consumptie, dat de populatie niet echt bijzonder daalde in Nederland.
Terreinbeheerders hebben de plicht om de soort te bestrijden – voor zover dit in hun mogelijkheden ligt.
Ook bij het Visserijfonds is er al enkele keren de vraag gelanceerd naar effectieve bestrijdingsmiddelen voor wolhandkrab.

Wat kan je als hengelaar doen?
De krabben zijn niet beschermd en hebben de status “vogelvrij”. Wettelijk ben je dus volledig in orde als je een gevangen krab doodt. Let wel op: buitenstaanders kunnen soms erg gevoelig reageren als ze daarvan getuige zijn. Om de goede naam van de hengelsport te beschermen: laat gedode krabben daarom best niet in het zicht liggen maar gooi ze in de vegetatie of terug in het water. Op zich zal dit overigens niet zo heel veel effect hebben op de totale populatie, maar alle beetjes helpen.

Sociale media

572VolgersLiken!
16VolgersVolgen!
0SubscribersSubscribe